Deze week sprak CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen meerdere malen met informateur Uri Rosenthal. Tijdens die gesprekken heeft Verhagen bij herhaling aangegeven dat de grootste partij de VVD en de grootste winnaar de PVV moesten bekijken of ze samen tot overeenstemming konden komen. ‘Het zou een zinloze exercitie zijn om nu aan te schuiven, terwijl er nog niet een begin van overeenstemming is tussen PVV en VVD. En met name of de grote principiële verschillen tussen die partijen te overbruggen zijn. Immers er zijn niet alleen grote verschillen tussen CDA en PVV, maar ook tussen VVD en PVV’ aldus Verhagen. Gisteren constateerde Rosenthal dat het vormen van een kabinet met daarin VVD en PVV niet tot de mogelijkheden behoort.
In reactie zei Verhagen te moeten constateren dat de VVD deze conclusie trekt zonder dat er een serieuze inhoudelijke poging is ondernomen om er samen uit te komen. ‘Als ze werkelijk een coalitie van VVD, PVV en een derde partij hadden willen vormen, dan hadden ze daar wel toe kunnen besluiten’ aldus de CDA fractievoorzitter.
Vrijdag werd Verhagen opnieuw uitgenodigd bij de informateur. Na afloop zei Verhagen ‘Het is nu aan de VVD om leiderschap te tonen in het formatieproces. Ik ga nu geen voorkeur uitspreken hoe het verder moet in de kabinetsformatie. Ik heb steeds gezegd niks uit te sluiten, maar het is aan de VVD als grootste partij om nu keuzes te maken. Het zijn van de grootste partij is niet alleen leuk op de verkiezingsavond, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee’.
Peter van Heeswijk heeft zojuist aan het partijbestuur laten weten dat hij zijn functie als partijvoorzitter neerlegt.
Peter van Heeswijk: ‘Na een historisch lage uitslag voor de christendemocratie heb ik mijn conclusies getrokken en ben ik zojuist opgestapt als partijvoorzitter. Dat heb ik net aan het partijbestuur laten weten. Ik ben de afgelopen 4 jaar eindverantwoordelijk geweest voor de partij. Dat heeft niet geleid tot het gewenste succes, integendeel. Daarom neem ik, net als lijsttrekker Jan Peter Balkenende, mijn verantwoordelijkheid. Ik ben trots op de mensen die de afgelopen weken campagne hebben gevoerd. Wij hebben tot het laatste moment geknokt maar het resultaat is teleurstellend.
De partij staat voor de opdracht haar rol te vinden in het veranderde politieke speelveld. Nu is het tijd om te evalueren en dan vooruit te kijken. Dat proces wil ik niet in de weg staan.
Ik ben ongelooflijk trots dat ik deze eervolle opdracht heb mogen vervullen en ik dank de partij voor het in mijn gestelde vertrouwen. Het CDA zal op mij kunnen blijven rekenen.’
Jan Peter Balkenende legt per direct zijn partijleiderschap van het CDA neer na de teleurstellende verkiezingsuitslag. ‘Deze uitslag noopt tot het nemen van politieke verantwoordelijkheid’, zei Balkenende in Den Haag bij de uitslagenavond. ‘De kiezer heeft gesproken, de uitkomst is helder. De uitslag van deze verkiezingen is zeer, zeer teleurstellend. Het is een klap voor ons.’
Balkenende gaat geen deel uitmaken van de nieuwe Tweede Kamerfractie. Wel maakt hij zijn werk als demissionair premier af.
Partijvoorzitter Peter van Heeswijk bedankt Balkenende voor de inzet van de afgelopen jaren: ‘Het CDA heeft veel aan Jan Peter Balkenende te danken, zonder hem had Nederland er nu niet zo goed voorgestaan.’ Daarnaast bedankte de voorzitter alle vrijwilligers voor hun inzet tijdens de afgelopen campagne. ‘Tot slot wil ik onze achterban danken voor het vertrouwen dat zij de afgelopen acht jaar in Jan Peter Balkenende heeft gehad.’
Over de uitslag zei Van Heeswijk: ‘De kiezer heeft gekozen voor de middelpunt vliedende kracht in plaats van voor de gulden middenweg. Deze uitslag zullen we moeten incasseren en analyseren.’
Het zijn belangrijke verkiezingen voor Nederland. We staan voor de vraag: waar willen we heen met Nederland? Deze laatste uren zijn doorslaggevend omdat veel mensen hun stem nog niet hebben bepaald.
Help mee de twijfelaars over de streep te trekken!
Dat kan heel simpel, bijvoorbeeld door deze e-mail door te sturen aan uw contacten. Uit de reacties die ik de afgelopen weken van u kreeg, zag ik dat u veel e-mails al heeft doorgestuurd. Veel dank. Op deze manier werken wij samen aan de overwinning van onze partij.
Het CDA kiest voor solide, stabiel en samen
Wij bezuinigen – dat is waar, maar ook hard nodig – maar zonder de sociale kant uit het oog te verliezen. Ons beleid is solide en stabiel. Dit evenwicht is leidend voor onze keuzes. Samen zetten we de komende jaren de schouders eronder. Ik licht er een paar belangrijke punten uit.
Het CDA kiest voor gezinnen
Wij handhaven de kinderbijslag. Ook kiest het CDA voor een vast kindgebonden budget per gezin van maximaal € 1.300,- per jaar. Dit staat haaks op het beleid van de VVD. Mark Rutte kiest voor kil saneren. De VVD wil juist wel het kindgebonden budget afschaffen en de kinderbijslag maximeren tot twee kinderen. Ook moeten gezinnen bij de VVD weer gaan betalen voor schoolboeken, die het CDA juist gratis wil houden.
Het CDA kiest voor toekomstbestendige zorg
Kiezen voor het CDA is kiezen voor goede, bereikbare zorg. Ook in de toekomst. De zorg zal de komende jaren alleen maar duurder worden. Wij leggen de rekening niet neer bij chronisch zieken en ouderen. De huisarts blijft bij ons buiten het eigen risico. Met een sociale inzet van de zorgtoeslag zorgen wij ervoor dat iedereen zijn of haar zorg kan betalen. Wij willen de zorg beter organiseren, daar valt veel winst te behalen: meer handen aan het bed en minder benen onder het bureau.
De VVD kiest er voor de rekening neer te leggen bij de patiënt. Bij de VVD wordt het basispakket kleiner. En de huisarts komt ook onder het eigen risico te vallen. Dat treft iedereen, maar vooral onze gezinnen en ouderen. Bij de VVD gaat iemand in een verpleeghuis € 5.019 per jaar meer betalen. Dat noem ik kil saneren en daartegen zeg ik: ‘Mark, jongen, dat kan echt niet.’
Daarnaast kiest de PvdA voor een vermogenstoets in de AWBZ: mensen moeten eerst hun eigen huis opeten, voordat ze naar een verpleegtehuis morgen. De PvdA bezuinigt op begeleiding voor mensen die zorg nodig hebben. Die keuze maken wij niet! Dat leidt tot meer sociaal isolement, en dat vinden wij onverantwoord.
Ons beleid is solide en stabiel. We kiezen niet voor kil saneren en wij schuiven de rekening niet door naar onze jongeren. Wij kiezen voor evenwichtig beleid in deze onzekere tijden. Samen zetten we de komende jaren de schouders eronder.
Nu is het ons moment! Laat uw stem horen.
Nederland kan op ons, kan op mij, rekenen!
Kan ik op u rekenen?
Hartelijke groet,
Jan Peter Balkenende
Minister Maxime Verhagen heeft vandaag gepleit voor een permanente crisis- en herstelwet. De bouwsector heeft volgens de nummer 3 van de kandidatenlijst ernstig te lijden onder de economische crisis. Daarom wil de bewindsman de crisis- en herstelwet permanent invoeren. Verhagen wees daarbij op de goede resultaten die reeds geboekt zijn in het laatste kabinet: ‘Tijdens Balkenende IV is er per jaar gemiddeld 205 km aan rijstroken aangelegd. Dat is een enorme prestatie. Tijdens de Paarse jaren lag dit gemiddelde op 70 km per jaar’. Verhagen juicht dan ook toe dat Rotterdam besloten heeft om het havengebied onder de crisis- en herstelwet te laten vallen. ‘Door met de crisis- en herstelwet procedures te vereenvoudigen en te versnellen kunnen we in dat gebied 10.000 nieuwe woningen bouwen en komen er 13.000 werkplekken vrij. De wet zorgt voor snelle besluiten, snel meer woningen en betere bereikbaarheid’.
Verhagen noemde nog enkele andere projecten waar men met de crisis- en herstelwet aan de slag kan, zoals de Rijnlandroute en de A4. Maar ook wegen in Flevoland, de ontwikkeling van de N50. Ook moet de A27, de verbinding tussen Zuid-Holland en Noord-Brabant verbeterd worden. En door de A9 aan te pakken wordt Schiphol beter bereikbaar voor de regio Amsterdam. Verhagen: ‘Het is essentieel dat de crisis- en herstelwet niet tijdelijk is, maar dat er wordt doorgepakt door de wet permanent te maken. Het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruime en Transport) moet ook onder de wet vallen. We moeten niet alleen uit een economische crisis komen, maar ook uit een bureaucratische crisis’.
Daarnaast moet volgens het CDA het openbaar vervoer op peil gehouden worden, met name in de regio. ‘In Friesland, Overijssel, Limburg, Brabant en Zeeland zijn veel mensen hiervan afhankelijk. Daarom is het verontrustend dat de VVD hier 350 miljoen euro op wil bezuinigen. Dat is een derde van het totale budget; dat betekent een kaalslag’. Verhagen sprak de hoop uit dat de VVD deze plannen niet wil doorzetten. ‘Daar worden de mensen in de regio de dupe van’.
Onderstaande projecten kunnen wat het CDA betreft zo snel mogelijk onder de Crisis- en Herstelwet vallen.
Noord-Nederland: Spoorlijn Coevorden – Rheine geschikt maken voor personenvervoer, N48 Hoogeveen – Raalte uitbreiden tot robuuste 2×2 100 km/h weg: verkeersveiliger, robuuste ruit samen met N34 en A28, RegioRail fase 2 stad en regio Groningen, Ongelijkvloers maken N381 Drachten – Smilde, vervanging bestaande brug in de A6 door aquaduct (Scharsterbrug),
Zuid-Nederland: Goederenspoorlijn Vlissingen – Antwerpen (VeZa), N57/N59 op Schouwen- Duiveland-Hellegatsplein, Goederenspoor RoBel, gedeelte West-Brabant (Sloeboog, omleiding Bergen op Zoom, omleiding Roosendaal), Aanpak N65 waaronder Vught, A2 Eindhoven – Weert, Aanpak A67,
Oost-Nederland: N35 Zwolle-Wierden, Aanpak verbreding A1 tot Duitse grens, Ontbrekende schakel A15, Opwaardering N50 Emmeloord – Hattemerbroek tot A50,
West-Nederland: Westfrisiaweg N23, Rijnlandroute, N23 fase 2: Tunnel bij Roggebot(A) en kortsluiting Baai van Van Eesteren (B) bij Lelystad, Westelijke Oeververbinding, (Oranjetunnel/Oranjebrug), A12-zone Utrecht, A4-corridor.
CDA-staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van OCW gaf op 7 juni de officiële aftrap van de wervingscampagne voor de nationale Week van de Mediawijsheid. Tijdens deze Week, van 24 november tot en met 1 december, zetten scholieren zich voor hun maatschappelijke stage in om het publiek te helpen met allerlei vragen over mediawijsheid.
Van Bijsterveldt nam symbolisch 1000 maatschappelijke stageplaatsen in ontvangst. De middelbare scholieren gaan tijdens de Week van de Mediawijsheid bij de diverse bibliotheken aan de slag als ‘junior mediatrainers’ en worden hiervoor speciaal getraind. Ze zullen het publiek helpen met allerlei vragen over mediawijsheid zoals: ‘‘wat moet ik doen om te kunnen Twitteren, hoe plaats ik mijn foto’s op Facebook en hoe kan ik veilig online betalen?” De maatschappelijke stage is een initiatief van het CDA en wordt de komende jaren ingevoerd op scholen. Het is één van de meest gewaardeerde onderdelen uit het beleid van Balkenende IV. Van Bijsterveldt: “Met de maatschappelijke stage hebben we goud in handen. Niet alleen leren scholieren om zich belangeloos in te zetten voor de maatschappij, ze raken ook bekend met vrijwilligerswerk. Scholieren zijn zelf heel positief over de stage, velen blijven zelfs na hun stage verbonden aan hun plek. Ik ben dan ook blij dat in het verkiezingsprogramma van het CDA de maatschappelijke stage wederom een prominente plek inneemt.”
Van Bijsterveldt vindt de inzet van junior mediatrainers in dit project een gouden vondst. “Jongeren zijn opgegroeid in de informatiesamenleving en zijn als geen ander geschikt om mensen te leren hoe verantwoord om te gaan met diverse media. Het maakt hen daarnaast zelf bewuster van de gevaren en valkuilen, ” aldus de staatssecretaris. De 1000 stageplaatsen komen tot stand door een samenwerking van Mediawijzer.net, scholen en bibliotheken. Ruim de helft van de 1100 Openbare Bibliotheken zet eind november hun poorten open als “Huis van de Mediawijsheid”.
Mediawijsheid
Media spelen een zeer grote rol in onze samenleving, en hun maatschappelijke impact is groot. Het kabinet wil ouders en kinderen helpen om verantwoord met televisie, internet en andere media om te gaan. Op verzoek van de CDA-fractie hebben de ministeries van OCW en van Jeugd en Gezin daarom in 2008 het kenniscentrum Mediawijzer.net opgericht. Bij Mediawijzer.net zijn zo’n 250 organisaties aangesloten die een link hebben met mediawijsheid. Organisaties uit het onderwijs en de media, waaronder Kennisnet en het Instituut voor Beeld en Geluid, zijn samen verantwoordelijk voor dit kenniscentrum. Ook ouderorganisaties hebben zijn erin vertegenwoordigd.
CDA-lijsttrekker Balkenende wil een einde aan het gedoogbeleid van drugs, te beginnen met vermindering van het aantal coffeeshops. Voor Balkenende ligt de prioriteit bij het op zo kort mogelijke termijn sluiten van coffeeshops in de buurt van scholen, sportaccommodaties, jongerencentra en in kinderrijke buurten. Het CDA pleit voor een beleid dat gericht is op het tegengaan van drugsgebruik en beperking van de maatschappelijke overlast en individuele schade. “Tussen 1994 en 2008 is het aantal drugsverslaafden dat hulp zocht toegenomen van minder dan 2000 naar bijna 8500. Eén op de zeven van hen is jonger dan twintig jaar”, aldus Balkenende, die hiermee wil aangeven dat softdrugs veel schadelijker zijn dan men aanvankelijk dacht.
Ook is Balkenende niet te spreken over het feit dat sommige gemeenten het afstandscriterium van coffeeshops tot scholen niet handhaven. “Ik wil een appel doen op deze gemeenten om hun verantwoordelijkheid te nemen. We moeten als overheid juist kinderen en jongeren beschermen tegen de gevaren van drugs. Daarvoor is het afstandcriterium een prima middel”. Het reguleren van wietteelt, zoals andere partijen voorstellen, is volgens Balkenende totaal onwenselijk. “Zowel in internationaal opzicht, als vanuit het tegengaan van gedoogsituaties.”
Al langere tijd ontvangt het CDA signalen van problemen die ontstaan als gevolg van de vakantiespreiding in het primair en voortgezet onderwijs. Vooral ouders in de grensregio’s kampen met de negatieve gevolgen van de vakantiespreiding. Met meerdere kinderen op meerdere scholen worden vooral zij geconfronteerd met verschillende vakantieperiodes in hun gezin. Daarnaast wordt er door steeds meer scholen afgeweken van de adviesdata. Het CDA heeft daarom dit voorjaar op internet een Meldpunt ingericht. Bijna duizend (!) deelnemers, vooral ouders, hebben daarop hun mening gegeven. Op basis van de uitkomsten van het Meldpunt en diverse gesprekken met belanghebbende organisaties heeft het CDA vandaag een notitie gepresenteerd, met daarin de uitkomsten van het Meldpunt en onze conclusies. Wat het CDA betreft blijft de vakantiespreiding in stand maar wordt bij de invulling van die spreiding meer dan nu rekening gehouden met de belangen van de ouders en hun scholen. Zo wil het CDA dat serieus wordt onderzocht of met twee in plaats van drie regio’s of door een andere regiospreiding de problemen in de grensregio’s kunnen worden verminderd. Daarnaast is het CDA van mening dat scholen minder makkelijk mogen afwijken van de adviesdata voor de voorjaars- en herfstvakantie. Dat biedt meer zekerheid aan werkgevers, de toeristische sector en de ouders.
Conclusies
EIM concludeerde in de evaluatie van de vakantiespreiding dat er een grote diversiteit van partijen is die belang heeft bij de vakantiespreiding en dat het daarom onmogelijk is om alle partijen tevreden te stemmen. Toch heeft de CDA-fractie op grond van de uitkomsten van het meldpunt de overtuiging dat de belangen van de ouders en hun scholen in de afgelopen tijd onvoldoende zijn gehoord en gewogen. Zonder de belangen van de toeristische sector en het overige bedrijfsleven uit het oog te verliezen tracht de CDA-fractie conclusies te trekken die meer tegemoet komen aan de wensen van de ouders en hun scholen.
Vakantiespreiding
Uit de uitkomsten van het meldpunt blijkt dat een relatief groot aantal deelnemers te maken heeft met de gevolgen van de vakantiespreiding in de zomer. Toch is geen meerderheid (46%) van de deelnemers voorstander van het afschaffen van de vakantiespreiding. Dat is op zichzelf begrijpelijk. Het afschaffen van de vakantiespreiding zal gevolgen kunnen hebben voor de vakantiedrukte en de verkeersdrukte, wat ouders ook zullen ervaren als zij hun vakantie boeken en vieren. Dat kan dus niet alleen nadelig zijn voor de toeristische sector maar ook voor de ouders. Overigens moet daarbij wel aangetekend worden dat nu al de meeste Nederlanders midden in de zomer, in de weken 31-33 hun vakantie boeken. Dat maakt ook dat ouders veelal ongelukkig zijn met een vakantie in de laatste periode, waarbij de kinderen nog in de maand juli naar school gaan. Iets wat ook ongunstig is voor de concentratie van de kinderen.
De werkgevers in de bouw hanteren ook een vakantiespreiding met adviesdata. Zij hanteren in navolging van het onderwijs ook drie regio’s en spreiden hun periodes van drie weken over totaal vijf weken. Ruim binnen het totaal aantal weken schoolvakantie. Een te grote spreiding zou economisch nadelig zijn. Dat geldt waarschijnlijk voor alle sectoren, omdat in deze periode alle economische activiteiten op een laag pitje staan.
Een meerderheid van de deelnemers voelt niet voor een volledige vrijheid voor ouders om hun vakantieperiode te kiezen. Begrijpelijk, want dat zou er toe leiden dat nog minder gezinnen of kinderen op hetzelfde moment vakantie hebben. Daarnaast acht de CDA-fractie dat ook om onderwijskundige redenen ongewenst. Het leren op school is ook een groepsproces, dat niet gebaat is bij voortdurende wisselingen in de groep.
Als de vakantiespreiding in stand moet blijven, is wel de vraag of toch tegemoet kan worden gekomen aan de problemen van de vakantiespreiding die vooral in de grensregio’s merkbaar zijn. De voorstellen van de staatssecretaris komen daar al enigszins aan tegemoet, doordat zij niet alleen de vakanties van het primair en voortgezet onderwijs gelijk trekt maar er ook voor kiest de begin- en einddatum van de zomervakantie in aangrenzende regio’s maar één week te laten verschillen.
Naar de overtuiging van de CDA-fractie kunnen de problemen in de grensregio’s nog verder verminderen wanneer wij het aantal regio’s terugbrengen van drie naar twee. Dat levert minder grensgebieden en dus automatisch ook minder grensconflicten binnen gezinnen en scholen op. Binnen de door EIM uitgevoerde evaluatie is deze optie onvoldoende onderzocht. Te gemakkelijk werd geconstateerd dat deze optie niet veel oplevert. Een variant daarop is de mogelijkheid dat twee van de drie regio’s steeds parallel lopen, maar de regio’s door de jaren heen wel variëren in vroeg, midden en laat[1].
Voorgesteld wordt dat in aanloop naar de behandeling van de voorgenomen wetswijziging de mogelijkheden tot het beperken van het aantal regio’s tot twee of het steeds parallel laten lopen van twee van de drie regio’s nader onderzocht worden.
Adviesdata
Juist dit kalenderjaar worden veel ouders geconfronteerd met scholen die afwijken van de adviesdata. Soms vanwege legitieme redenen. Wanneer bijvoorbeeld in de regio Zuid het carnaval niet in de voorjaarsvakantie valt. Dat vraagt vanzelfsprekend een logische planning van de adviesdata. Maar het feit dat steeds meer scholen ook om andere redenen afwijken van de adviesdata leidt tot steeds meer onduidelijkheid bij ouders, hun werkgevers en de toeristische sector. Het is niet voor niets dat deze laatste pleit voor het afschaffen van de adviesdata. De vraag is dus of de gewenste vrijheid en flexibiliteit uiteindelijk niet ten koste gaat van de noodzakelijke duidelijkheid en eenduidigheid. Eenduidigheid is van belang om te voorkomen dat ook binnen regio’s er nieuwe grensgebieden en dus ook grensconflicten ontstaan. Steeds meer gezinnen worden als gevolg van het afwijken van de adviesdata geconfronteerd met meerdere vakantieperiodes binnen hun gezin, ook buiten de zomervakantie. Dit levert ook tussen ouders en scholen en/of leerplichtambtenaren moeilijke gesprekken op.
Het kabinet wijst op de inspraak van ouders bij het vaststellen van de vakantiedata. Maar aangezien er veelal bovenschools of zelfs op regionaal niveau afspraken worden gemaakt over de vakantiespreiding, is de invloed van de medezeggenschapsraad op het vaststellen van de vakantiedata in de praktijk veelal beperkt.
Het kabinet heeft met haar voornemen om niet alleen de zomervakantie maar ook de kerstvakantie en de meivakantie centraal vast te stellen, al afstand genomen van het principe dat scholen vrij zouden moeten zijn in het vaststellen van hun vakantieperiodes. Die keuze heeft ook de instemming van de PO- en VO-raad.
Alles overwegende stelt de CDA-fractie voor om de adviesdata voor de voorjaars- en herfstvakantie in de toekomst niet door de PO- en de VO-raad maar, evenals nu, door de minister van Onderwijs vast te laten stellen. Aangezien de minister straks ook alle overige vakanties centraal vaststelt is het voor de handliggend dat hij ook deze adviesdata vaststelt. Daarmee ontstaat er ook meer samenhang en afstemming. Over de planning van de verplichte data en adviesdata wint de minister vanzelfsprekend advies in bij de PO- en VO-raad en de toeristische sector.
Een belangrijk deel van de totale groep deelnemers (46%) aan het meldpunt was voorstander van het centraal vaststellen van de voorjaars- en herfstvakantie. Het belang daarvan onderkent de CDA-fractie. Maar toch kan er in bepaalde gemeenten of regio’s behoefte zijn aan enige flexibiliteit, die met een centraal vastgestelde periode geheel zou verdwijnen. Gezien de nadelen van een afwijkende vakantieplanning voor de ouders en de toeristische sector moet de regeling voor de adviesdata in de ogen van de CDA-fractie wel minder vrijblijvend zijn. Daarom stellen wij voor dat de schoolbesturen alleen onder bepaalde voorwaarden mogen afwijken van de door de minister vastgestelde adviesdata. Voorwaarde daarvoor is dat alle scholen in een gemeente of een bestaande samenwerkingsregio een gelijk beleid voeren en er een positief advies ligt van de betrokken medezeggenschapsraden, de leerplichtambtenaren van de betrokken gemeenten en van de Onderwijsinspectie.
Voorgesteld wordt om de adviesdata voor de voorjaars- en herfstvakantie minder vrijblijvend te laten zijn. Schoolbesturen mogen alleen afwijken van deze adviesdata als alle scholen in een gemeente of een bestaande samenwerkingsregio een gelijk beleid voeren en er een positief advies ligt van de betrokken medezeggenschapsraden, de leerplichtambtenaren van de betrokken gemeenten en van de Onderwijsinspectie.
Meivakantie
De meivakantie wordt steeds belangrijker voor zowel de ouders als de toeristische sector. In het voorstel van de staatssecretaris wordt voorgesteld deze al voor één week centraal vast te stellen. In de praktijk kiezen vooral basisscholen er voor om twee weken meivakantie te plannen. Dat geldt echter niet voor altijd voor de scholen voor voortgezet onderwijs, waardoor ouders binnen hun gezin toch weer met verschillende vakantieperiodes te maken kunnen krijgen. Naar verwachting zal dat met de gewijzigde norm voor onderwijstijd[2] en de inkorting van de zomervakantie naar zes weken wel kunnen veranderen. Dan zullen naar alle waarschijnlijkheid meer scholen voor voortgezet onderwijs ook twee weken meivakantie plannen. Wanneer die ontwikkeling zich zal voordoen, stelt de CDA-fractie voor dat de minister de duur van de meivakantie voor zowel het basis als het voorgezet onderwijs gelijk laat lopen en dus vaststelt op twee weken. Dan zijn zowel de toeristische sector als de ouders daarmee geholpen.
Voorgesteld wordt niet alleen de meivakantie centraal vast te stellen maar in de toekomst, wanneer de praktijk in het voortgezet onderwijs zich zo ontwikkelt, ook de duur van de meivakantie in het basis en voortgezet onderwijs volledig gelijk te laten lopen en in dat geval vast te stellen op twee weken.
Ten slotte
De CDA-fractie zal de bovengenoemde voorstellen inbrengen in het debat met een nieuw kabinet over een nog in te dienen wetsvoorstel onderwijstijd. Met deze voorstellen blijft de vakantiespreiding in stand maar bij de invulling van die spreiding wordt meer dan nu rekening gehouden met de belangen van de ouders en hun scholen. De CDA-fractie bedankt alle ouders en anderen die met hun reactie op het CDA-meldpunt bij hebben gedragen aan een meer evenwichtig vakantiespreidingsbeleid.
________________________________
[1] Zie het voorstel in de brief van het Altena College namens een groot aantal scholen in hun regio aan de vaste commissie voor OC&W, d.d. 10 november 2009
[2] Van 1040 naar 1000 uur. Waarbij leerlingen in het VO recht hebben op 60 vrije dagen en 7 christelijke en nationale feestdagen.
Het CDA maakt zich grote zorgen over de toenemende schaalvergroting in de zorg. Door fusies ontstaan anonieme instellingen met een grote afstand van de bestuurders tot de werkvloer en veel bureaucratie. Maxime Verhagen: ‘Overal in de zorg zie je gemotiveerd personeel dat klaar wil staan voor patiënten. Ze zijn veel te veel bezig met formulieren invullen in plaats van met zorgen.’ Terwijl het in de zorg gaat om bezieling, passie en relaties. Daarvoor is een menselijke maat nodig. Eerder blokkeerde de CDA-fractie al met succes de megafusie tussen Philadelphia gehandicaptenzorg, Evean ouderenzorg en woningbouwcorporatie Woonzorg Nederland. En minister Ab Klink scherpte al eerder de fusiecriteria aan.
Om de ongebreidelde fusiedrang nog verder tegen te gaan heeft het CDA een actieplan opgesteld. De belangrijkste punten uit het plan zijn:
- Zorgvragers moeten kunnen meepraten over de inrichting en uitvoering van de zorg. Het CDA wil meer invloed van zorgvragers; via instemmingsrecht, een fusie- effectrapportage en een snelle toegang tot ondernemingskamer bij wanbeleid.
- Het CDA wil de kwaliteit van zorg en belang menselijke maat zwaarder laten wegen in fusietoezicht. De Nederlandse Zorgautoriteit en de Inspectie moeten een sterkere rol krijgen. Nu is de stem van de Mededingingsautoriteit nog te zwaar. Kwaliteit moet altijd voorop staan.
- Daarnaast wil het CDA alternatieve samenwerkingsverbanden bevorderen.
Recente reacties