Marja van Bijsterveldt, staatssecretaris van onderwijs is van plan om taal- en rekenexamens in te voeren voor het MBO onderwijs. Ze stelt 50 miljoen euro per jaar ter beschikking om de basisvaardigheden van leerlingen van het MBO te verbeteren. Aan CDATV vertelt Van Bijsterveldt waarom ze met dit plan is gekomen.
Deze week pleitte CDA Kamerlid Jan Jacob van Dijk er voor om alle leraren een taal- en rekentoets te laten doen. De laatste jaren zijn er al vele discussies geweest over de kwaliteit van ons taal- en rekenonderwijs. Studenten van de Pabo kunnen tegenwoordig alleen hun opleiding voortzetten als zij de taal- en rekentoets met goed gevolg afleggen. De zittende 130.000 leraren zouden ook een dergelijke toets moeten doen, zo stelt van Dijk. Volgens hem is dit voor ouders en kinderen de enige manier om verzekerd te zijn van iemand met voldoende niveau voor de klas. Hij stelt voor om aan de toets een register te koppelen zoals dat nu ook al bestaat voor artsen en advocaten. Leraren die de toets voldoende hebben gemaakt worden in het register opgenomen.
Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) geeft in een videoboodschap haar reactie op Van Dijks voorstel
Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) toert deze week door het land: ze gaat op bezoek bij verschillende lerarenopleidingen in Nederland. In het kader van de Kwaliteitsagenda Krachtig Meesterschap neemt Van Bijsterveldt een kijkje bij de opleidingen.
Deze Kwaliteitsagenda heeft de staatssecretaris uitgebracht om de kwaliteit van lerarenopleidingen te versterken en om de instroom van nieuwe studenten te vergroten. Voor dit plan, dat de staatssecretaris heeft afgestemd met het onderwijsveld is ruim 100 miljoen euro beschikbaar. “Met deze maatregelen willen we drie vliegen in één klap slaan. Het versterken van de kwaliteit van de huidige lerarenopleidingen, meer academici winnen voor de klas én meer differentiatie in de opleiding en het leraarsvak”, aldus Van Bijsterveldt.
Van Bijsterveldt gaat op bezoek om een idee te krijgen hoe de lerarenopleidingen invulling geven aan maatregelen van de Kwaliteitsagenda. Daarnaast vindt ze het ook belangrijk om van de scholen zelf te horen waar knelpunten liggen. Zo zal ze in gesprek gaan met leraren en studenten over de educatieve minor, de kwaliteit van de pabo’s en de inzet van meer academici voor de klas. Met deze ronde wil de staatssecretaris de voortgang bewaken van de kwaliteitsagenda en ondersteunt de opleidingen bij het realiseren van deze ambities.
Op de laatste dag van deze ronde, maandag 7 december, ontvangt Van Bijsterveldt in Den Haag de zogenaamde Kennisbasis uit handen van de hbo-raad. Deze kennisbasis beschrijft wat een startbekwame docent in het basisonderwijs tenminste moet kennen en kunnen. De basis is opgesteld door docenten van de lerarenopleidingen, experts binnen hun eigen vakgebied, en gevalideerd door een externe groep van binnen- en buitenlandse deskundigen.
Volg vanaf maandag 30 november dagelijks het videoverslag op het YouTube-kanaal: www.youtube.com/user/krachtigmeesterschap
Staatssecretaris van Bijsterveldt (Onderwijs) wil dat het taal–en rekenniveau omhoog gaat. Mbo-instellingen krijgen daarom de komende vier jaar ruim 50 miljoen jaarlijks extra. Dit kunnen zij besteden voor de verbetering van het taal- en rekenonderwijs. Voor 2010 is 58 miljoen beschikbaar gesteld voor mbo’s. Van Bijsterveldt: “Het taal- en rekenniveau van leerlingen moet omhoog. De taal- en rekenachterstand begint natuurlijk al vóór het mbo, maar ik wil dat we in het mbo alles op alles gaan zetten om te voorkomen dat studenten het onderwijs verlaten met een taal- of rekenachterstand. Met deze impuls van jaarlijks ruim 50 miljoen zetten we maximaal in om de ambities te realiseren.”
De komende vier jaar wordt in het hele onderwijs 115 miljoen euro geïnvesteerd. Zo wil het ministerie van Onderwijs het reken- en taalniveau van mbo’ers verhogen. De 200 miljoen euro voor het mbo komt hier bovenop. Van Bijsterveldt gaat ook examens voor taal en rekenen in het mbo invoeren. Deze examens gaan in 2013/2014 van start.
Deze week vergaderde de Tweede Kamer over de voortgang van de Maatschappelijke Stage. Marja van Bijsterveldt, staatssecretaris van Onderwijs, vertelt CDATV de stand van zaken.
Vandaag liepen Ashwin Zondag, Uitblinker van het jaar 2009 en Harm den Dekker, de mbo-leraar van het jaar 2009 een dagje mee met staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs). Beiden zijn afgelopen oktober voor het schooljaar 2009-2010 verkozen tot ambassadeur van het beroepsonderwijs. Van Bijsterveldt: “Deze ambassadeurs laten de veelzijdigheid van het beroepsonderwijs zien. Het mbo mag hier met recht trots op zijn!”
Onderscheiden
De ambassadeurs volgden de staatssecretaris tijdens een symposium over ‘Werken in het Onderwijs’ en de ondertekening van een verklaring Maatschappelijke Stage. Ook zaten zij op de publieke tribune tijdens het overleg in de Tweede Kamer over het mbo. Het ‘dagje meelopen’ was een belofte die staatssecretaris Van Bijsterveldt deed na afloop van de prijsuitreiking voor Uitblinkers. De Uitblinkers zijn mbo-studenten die zich op school, tijdens hun stage of op een andere manier hebben onderscheiden.
Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt wil een landelijke commissie instellen die de examens controleert van de lerarenopleidingen in het HBO. De commissie moet erop letten dat de vereiste vakinhoudelijke kennis wordt getoetst in de examens. De staatssecretaris heeft hierover afspraken gemaakt met de HBO raad. Ze stelt hoge eisen aan de samenstelling van de commissie, die deze taak op een onafhankelijke en transparante manier moet uitvoeren. “Studenten van de lerarenopleidingen zijn de docenten van de toekomst. Leerlingen hebben er baat bij dat studenten hun lerarenopleiding afsluiten met een ambitieuze examinering”, aldus de staatssecretaris.
De Onderwijsraad had de staatssecretaris dit geadviseerd. Met de installatie van de landelijke examencommissie volgt de staatssecretaris dit advies op. Na goedkeuring van de staatssecretaris wordt de centrale examencommissie geïnstalleerd door de HBO-raad.
Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) heeft vanmiddag het feestelijke programma: 10 jaar vmbo: kracht en ontwikkeling geopend. De meerderheid van gediplomeerde vmbo-schoolverlaters ziet het vmbo als een goede basis voor hun onderwijscarrière. Volgens oud-leerlingen hadden de docenten strenger, en de opleiding uitdagender mogen zijn. Dit blijkt uit het rapport ‘vmbo: Tevredenheid en aansluiting met vervolgonderwijs’, dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs is gemaakt. Van Bijsterveldt: “Het vmbo is samen met het mbo hofleverancier van vakmensen. Zij zijn van groot belang voor onze economie. Vmbo-ers geven echter ook aan dat het onderwijs strenger en uitdagender mag. Ik ben het daar volledig mee eens! De basis op orde en de lat omhoog!”
Goede aansluiting
Ruim 83% van de schoolverlaters is tevreden over de breedte en de diepgang in het vmbo. De vmbo-schoolverlaters vinden de aansluiting van de opleiding met de gekozen vervolgopleiding goed. Door de invoering van het vmbo en de theoretische leerweg is de doorstroom naar de havo sterk toegenomen. Ruim één op de vijf vmbo-tl leerlingen kiest ervoor om na het vmbo de havo te gaan volgen.
Staatssecretaris van Bijsterveldt (Onderwijs) wil dat allochtone leerlingen niet meer worden voorgetrokken in het voortgezet onderwijs. Allochtonen kregen eerst automatisch extra punten bij het examen Nederlands als ze nog niet lang in Nederland woonden. Bij Nederlandse vmbo’ers die twee spelfouten maken werd een punt afgetrokken, terwijl dit bij allochtone leerlingen bij zes spelfouten was.
De lat omhoog
Van Bijsterveldt wil dat dit voortaan niet meer gebeurt. “De basis moet op orde en de lat omhoog. In een tijd waar het vervolgonderwijs juist vraagt om aanscherping van de eisen voor ondermeer Nederlands acht ik een aangepaste aftrekregeling ongewenst. Daarom neem ik deze maatregel.”
Volgens van Bijsterveldt gaat het om een kleine groep. Tweehonderd in het vmbo en enkele tientallen op havo en vwo. Allochtone leerlingen mogen nog wel een woordenboek gebruiken en krijgen langer de tijd voor het examen. Voor hen gelden dezelfde regels als voor leerlingen met dyslexie.
Bijna 200 bachelorstudenten starten deze maand aan tien universiteiten met de educatieve minor. Afgestudeerde bachelors mogen, zodra zij voor deze nieuwe lerarenopleiding zijn geslaagd, voor de klas staan in de vmbo-tl en de eerste drie leerjaren van havo en vwo. De invoering van de educatieve minor is één van de initiatieven van staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (onderwijs) om samen met universiteiten en scholen voor voortgezet onderwijs het lerarentekort aan te pakken en meer academici voor de klas te krijgen. Zij geven vandaag samen de landelijke aftrap op de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Van Bijsterveldt: “De start van de educatieve minor is meer dan een betekenisvolle stap om het dreigende lerarentekort het hoofd te bieden en meer academici voor de klas te krijgen. Ik heb er alle vertrouwen in dat de educatieve minor de komende jaren uitgroeit tot een succes. Ik ben dan ook erg blij met de grote animo onder studenten. We boren hiermee nieuw goud aan voor het onderwijs.”
Recente reacties